Een persoonlijke ervaring of een geïsoleerd geval gebruiken in plaats van een goed onderbouwd argument of overtuigend bewijs.
Het is vaak eenvoudiger om iemands getuigenis te geloven dan zich te verdiepen in complexe data met een eindeloos spectrum aan kleine variaties. Kwantitatieve wetenschappelijke methoden zijn bijna altijd accurater dan individuele waarnemingen en ervaringen, maar we zijn geneigd om datgene te geloven dat tastbaar is, en/of het woord van iemand die we vertrouwen hoger in te schatten dan een meer ‘abstracte’ statistische realiteit.
Johnny zei dat hij het allemaal wel kon zijn en zo, maar dat zijn grootvader zeker 30 sigaretten per dag rookte en toch 97 was geworden – dus moet je zeker niet alles geloven wat je leest over meta-analyses of methodologisch verantwoorde studies die bewezen oorzakelijke verbanden aantonen.